RPAS

Geschiedenis

RPAS (remotely piloted aircraft systems) in de volksmond drones genoemd, bestaan eigenlijk al heel lang. Het is door de moderne technologie op micro niveau dat het civiele gebruik van drones een enorme vlucht heeft genomen. Overal worden de toepassingsmogelijkheden ontdekt voor de inzet van drones. Technisch is er van alles mogelijk, nu moet de markt ontdekken wat er allemaal al kan.

Drones kunnen bijzonder snel en efficient gebieden, objecten of constructies in beeld brengen en dat ook nog eens op een bijzonder veilige manier. Er hoeven geen helicopters meer te vliegen, geen hoogwerkers ingezet of ‘access-roping’ waarbij klimmers met touwen omhoog en omlaag gaan.
Omdat Eyewings ook custom build drones heeft die we zelf hebben ontwikkeld en gebouwd, hebben we de kennis en kunde in huis om de meest diverse instrumenten onder drone te hangen. Net wat u nodig heeft en in beeld gebracht wilt hebben.

Daarnaast zijn wij al vele jaren actief in deze jonge markt. nullEyewings zat in de kopgroep van bedrijven die als eerste volledig EuroUSC zijn gecertificeerd voor RPAS (remotely piloted aircraft system) operaties. Zowel onze teamleden als drones.
Eyewings beschikt tevens over een volledige ROC-vergunning.

Nederland

In Nederland bestaan er twee certificaten voor commercieel gebruik van drones: ROC en ROC-light. Daarbij wordt commercieel wettelijk uitgelegd als ten behoeve van derden, dus ongeacht of er voor wordt betaald.

De belangrijkste verschillen staan hieronder.

Regels ROC ROC-light
Maximale gewicht drone 150 kg 4 kg
Maximale afstand tot vlieger en in zicht 500 m 100 m
Maximale vlieghoogte 120 m 40 of 50 m
0 – 4 kg afstand tot mensen, bebouwing, wegen, kunstwerken etc. met restrictie ‘max 100m van vlieger en max hoogte 50m’
NB: Ontheffing mogelijk om dichterbij te vliegen
25 of 50 m

Ja

50 m

Nee

Helikopter (inclusief MultiRotor) (H) 0-25kg afstand tot mensenmenigte, aaneengesloten bebouwing, vaar- voertuigen, wegen, kunstwerken etc.
NB: Ontheffing mogelijk om dichterbij te vliegen
25 m

Ja

Nee

Nee

Voor meer informatie kunt u terecht op de site van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.